Dit is het vervolg van het verhaal Eerbetoon aan waanzin: de Sloveense route
Intermezzo
De Julian Alps Sky Trail. Hier heb ik naartoe getraind. Dit is hét sportieve doel van het jaar: 54 km hardlopen in de bergen. Fit, maar allesbehalve fris sta ik aan de start. In Slovenië is alles namelijk wat anders gelopen dan gepland. Mijn taperweek is een stuk intenser uitgevallen dan de bedoeling was. Prima, zo loopt het nu eenmaal. Nu de race. De race is zwaar. Loodzwaar. Maar ook erg mooi. Ondanks dat ik diep moet gaan kan ik er toch van genieten.


Daarna kunnen we allemaal bijkomen en nog even lekker de toerist uithangen. Eigenlijk is het nu tijd om weer naar Nederland te gaan. De vakantie zit erop.

Maar ineens krijg ik weer mijn visioen. Het is nu duidelijker dan ooit. Daar sta ik: boven op de Triglav, met een voldaan gevoel en een geweldig uitzicht. Ik heb de top bereikt! Het hele hardloopevenement was geweldig, maar voelt nu steeds meer als een bijzaak. Want ik moet terug die berg op. De Triglav, dat blijkt het echte doel hier. Ik had geen spijt dat ik de vorige keer was omgekeerd. Dat was de juiste beslissing geweest. Maar dat betekende nog niet dat ik er vrede mee had.
“Papa, papa?” Abrupt wordt mijn dagdroom onderbroken. “Gaan we nu naar dat andere huisje?” “Ja” antwoord ik. We hebben besloten om nog wat dagen te blijven. Omdat het hier zo leuk is, maar ook omdat ik het echt niet kan verdragen om hier weg te gaan zonder toch nog een poging te doen op die Sloveense route. Ik wil terug naar het hol van de leeuw en het beest recht in zijn bek aankijken.
Crux
Obsessief blijf ik graven naar informatie over het terrein. Op Strava vind ik activiteiten van anderen en segmenten die waardevol zijn. Ik combineer alles wat ik kan vinden tot een veel nauwkeurigere gpx dan die ik de vorige keer had. Ook kijk ik opnieuw naar de beelden van Andraz Egart en anderen. Verder vind ik nog meer verhalen en foto’s over het routeverloop, en dan specifiek het laatste deel: de uitgang. Ergens in de buurt van Frelihova precnica was ik de vorige keer omgedraaid. Daar ligt voor mij de crux: het vinden van de Frelih uitgang.


Mijn dronebeelden bestudeer ik tot in detail. In mijn hoofd visualiseer ik het terrein opnieuw en opnieuw. Nu niet meer van de route afwijken en in tricky terrein belanden. Dat is de les van de vorige keer. Ik ben klaar voor poging twee.
Frelih
Het is precies 12:30 als ik op woensdag 23 september weer aan de instap van de Sloveense route sta. De laatste resten twijfel zijn tijdens de aanloop verdwenen. Nu ik hier weer ben, heb ik ineens het gevoel dat ik er al heel vaak ben geweest. Visualiseren werkt blijkbaar. Pijntjes verdwijnen naar de achtergrond. Snel strik ik de veters van mijn approachschoenen iets strakker en begin aan de klim. Ik had de schoenen gisteren speciaal voor vandaag aangeschaft. Mijn categorie D Scarpa’s bleken de vorige keer te warm, en op mijn trailrunschoenen valt door de flexibele zool niet goed te klimmen.

Zonder enige problemen leg ik de eerste stukken af. Via de lariksen, traverse terug, de bele plati, omhoog via de rotsgeul, langs de boulder. Het inschrijven in het boek sla ik over. Geen tijd voor.


Binnen 2,5 uur sinds de start van de route ben ik weer in de buurt van de plek waar ik 9 dagen eerder hachelijke momenten doormaakte. Tot nu toe loopt het gesmeerd.
Nu begint de zoektocht naar de richel, de Frelih uitgang. Daar! Daar is het! Nee, toch niet. Ik moet nog verder omhoog. Volgens de beschrijving zou er nog een heel duidelijk herkenningspunt moeten zijn voordat je Frelih in gaat: naravno okno, het natuurlijke venster. Een smalle doorgang tussen de rotsen.
Ik kijk omhoog. Dit is het terrein waar het de vorige keer bijna misging. Vanuit de beschrijvingen weet ik dat er een makkelijkere route naar links loopt. Maar hoe verder ik naar links ga, des te steiler het terrein. Dat kan niet goed zijn. Ik zie een smalle rotsgeul maar die ziet er nat uit. Nee, dank u. Drie kwartier lang zoek ik naar de beste weg omhoog. Een beetje moedeloos kijk ik naar de zwarte alpenkauwen die onheilspellend vlak langs me zweven.
Dan besluit ik toch even bij die natte geul te gaan kijken en tot mijn vreugde is deze een stuk minder glad dan hij eruitziet. Voorzichtig klim ik naar boven. Dit moet de route zijn. Na een aantal minuten kijk ik naar rechts en zie een doorgang. YES! Dat is het natuurlijke venster uit de beschrijvingen. Blijkbaar ben ik er inderdaad links langs gegaan want het is ook een optie om door het venster omhoog te klimmen. Ik ben nu daadwerkelijk verder dan de vorige keer. Het voelt als een enorme overwinning.

Nog gelukkiger voel ik me als ik even later daadwerkelijk de richel van de Frelih uitgang vind. “Ik ben bijna boven!”, denk ik. Alleen nog de traverse! Episch!
De route loopt naar rechts, om de Sloveense rotspijler die uitsteekt van de berg, om aan de andere kant uiteindelijk verder omhoog te kunnen. Gecontroleerd en zonder problemen volg ik het eerste deel. Eenmaal op de rotspijler wordt de smalle richel steeds breder en bereikt zijn breedste punt precies waar de pijler het verst uit de berg steekt. Om de hoek wordt de richel weer smaller en het aantal pitons groter. De meeste mensen doen dit gedeelte liever aan het touw, zo had ik in de verhalen gelezen. Er ligt veel los puin op dit deel. Klein gruis maar ook grotere blokken. Ik beweeg langzaam en zet mijn voeten heel precies neer. Af en toe veeg ik met mijn schoen eerst de richel schoon. Hier loop ik liever niet op een rollende knikkerbaan.
Elke meter die ik verder kom wordt de richel smaller. Ook de rots op borsthoogte komt steeds verder naar voren. Ik voel mijn rugzak mij steeds meer naar achteren trekken. Kan ik hier niet beter kruipen? Ja, ik denk echt dat dat beter is. Op handen en voeten kruip ik een gedeelte en tijger als mijn rugzak vast komt te zitten. Na een korte passage sta ik weer op, en beweeg staand verder. Weer wordt de richel smaller en ik herinner me uit de beschrijvingen dat het randje waarop je staat op een bepaald punt slechts enkele centimeters breed is. Dat moet hier vlakbij zijn.
Maar zit ik hier echt wel goed? Ik kan niet goed zien hoe de route loopt, en achter mij is het terrein volledig weggevallen. Ik sta boven een immense afgrond. Ga ik weer een gedeelte kruipen? Nee, daar is nu veel te weinig ruimte voor. Kan ik hier staand langs? Het idee dat ik niet kan zien waar de route loopt bevalt me niet. Moet ik even doorzetten door deze passage of loopt de route hier helemaal niet en klim ik mij vast? Ik stop en denk na. Voordat ik om de hoek van de pijler ging, zag ik een rotsdoorgang tussen de pijler en de berg zelf. Misschien moet ik daar doorheen klimmen? Ik besluit terug te gaan en dit te verkennen.
Met mijn voet tik ik per ongeluk tegen een vrij groot losliggend blok aan. Het blok glijdt zonder weerstand over het randje. Zoef, weg. Ai! Ik wil geen rotsval veroorzaken. Ik spits mijn oren om te luisteren wat er met het blok gebeurt. Maar ik hoor… helemaal niks. Pas vele seconden later (misschien 10?) hoor ik ver onder mij de harde knal en het geroffel van de steen. Wow, die afgrond is diep! Ik voel me toch wat minder op mijn gemak.
Met één vinger door een piton gehaakt trek ik mijn klimgordel aan en bind mijn touw in. Dan zeker ik mijzelf terwijl ik de traverse terug maak. Wanneer ik weer terug ben bij het brede deel, zit de zekering inmiddels tegen de eindknoop aan: ik heb 20 meter afgelegd. Maar als ik het touw wil inhalen kom ik tot de onaangename verrassing dat deze muur- maar dan ook muurvast zit. Ik baal als een stekker. Wat zijn de opties? Het touw achterlaten? En dan? Zonder touw verder? Maar ik weet niet eens waar de route loopt. Wie weet wat ik nog tegenkom. Zonder touw terug lijkt al helemaal niet fijn, de vorige keer was ik toch erg blij dat ik kon abseilen. Nee, ik ga het touw niet zomaar achterlaten.
Hmm, misschien kan ik het touw bovenlangs over de rotspijler krijgen? Misschien kan ik dan van boven in de buurt van de piton komen en het touw zo losmaken? Binnen no time zit ik boven op de rots, vlak boven de piton. Daar zie ik het probleem: het touw zit gedraaid en veroorzaakt te veel frictie door de piton heen. Wat ik ook probeer om hem los te krijgen, niets lukt. Wel heb ik nu een aantal meters touw in mijn handen. Ik bedenk dat ik dat met mijn zakmes zou kunnen afsnijden, dan heb ik in ieder geval nog iets.
Voordat ik het mes erin zet, zie ik de rotsdoorgang weer. Daar! Ik denk echt dat ik daar doorheen kan. Het lijkt erop dat je dan die hele traverse om de pijler kunt overslaan. Zie je, dít is de route! Ik neem het uiteinde van het touw mee door het over de rots te gooien en wurm me door de doorgang. Terwijl ik mijzelf al schoorstenend tussen de wanden door naar voren werk, zie ik het gapende gat onder mij. Niet vallen! Ik bereik de andere kant en kan het touw daar oppakken. Yes, dat ging goed. Nu trek ik nog een keer aan het touw. JA! Eindelijk, vanaf deze kant geeft hij mee en kan ik hem helemaal binnenhalen. Dit hele akkefietje heeft 40 minuten gekost, maar het is gelukt. Ik ben weer verder gekomen. Vet!
En dan, na een korte klim over een puinhelling, bereik ik een paar minuten voor 17:00 het einde van de Sloveense route. Ik heb het gehaald! Ik ben dolblij en vier het met een gelletje.



Top
Een blik op mijn horloge leert mij: zonsondergang over 2 uur. Het weer is nog steeds goed dus op naar het volgende deel: de graat en de top. Ik ga op pad in wat het best omschreven kan worden als een maanlandschap: enorme puinhellingen van afwisselend kleine en grote stenen. Eén stap omhoog brengt je soms weer 3 stappen naar beneden. Niet gevaarlijk maar wel vermoeiend. Al snel vind ik een ongemarkeerd pad, dit maakt het lopen makkelijker en ik glijd minder vaak weg.
Het is volop genieten van de omgeving. Het terrein is makkelijk, de mentale belasting laag. Ik hoef geen route meer uit te dokteren. De gpx is loepzuiver en mijn horloge houdt mij in dit terrein strak op de voorbereide koers. Het idee is om aan de westkant van de noordgraat omhoog te gaan. Niet te vroeg omhoog willen. Andere klimmers waren daardoor in de problemen geraakt, had ik gelezen.
De wind steekt op maar ik heb ook eindelijk zon. De klim tegen de graat op gaat goed. Wel denk ik de hele tijd dat ik bijna boven ben, maar dan blijkt er nog een nieuw gedeelte op te doemen.


Met nog 9 minuten te gaan tot zonsondergang bereik ik de graat. De Aljažtoren kan ik al zien, de top is dichtbij! De schaduw van de berg valt als een enorme piramide over het landschap en tikt de horizon aan.



Een paar minuten later bereik ik de top! Het voelt magisch. Ik heb kippenvel, maar dat kan ook door de wind komen.



Toch blijf ik er niet lang. Ik moet nog naar beneden. Uit mijn rugzak gris ik mijn hoofdlampje en een triple chocolate brownie. Die heeft wonder boven wonder de dag overleefd. Wat een mazzel! De berggoden zijn mij blijkbaar gunstig gezind vandaag. Met één hand aan de staalkabel en in de andere mijn culinaire hoogtepunt van de dag, roets ik naar beneden. Het is 100% genieten!
It ain’t over until the fat lady sings
Acht uur ben ik inmiddels onderweg. Maar vanaf hier is het makkelijk. Aan deze kant van de berg is de rots gladgesleten maar geeft ook veel vertrouwen. Niks zit los, alles is stabiel. En de route is zeer duidelijk: volg de staalkabels en verfstippen. Niet te missen. Het voelt heerlijk, als een trein op de rails. Al snel wordt het donker. Het fantastische uitzicht valt weg, de afdaling wordt toch een beetje saai.
Ver onder mij zie ik lampjes. Die lijken al bijna in het dal te zijn. Na anderhalf uur afdalen zie ik ineens een groep jonge alpensteenbokjes die voor entertainment zorgen. Ze huppen enthousiast heen en weer en lijken zich niet te storen aan het verblindend felle licht van mijn hoofdlampje. Een kwartier later kijk ik voor de zoveelste keer op mijn horloge. Voor mijn gevoel ben ik al bijna in het dal. Op welke hoogte zit ik? Wat? 2.000 meter!? Het dal zit op 1.000, de top was 2.864, dat betekent dat ik nog niet eens op de helft van de afdaling ben! Pfft.


Even later zie ik ineens hoofdlampjes vlak onder me. De groep beweegt heel langzaam. Dit moeten de mensen zijn waarvan ik de lampjes een paar uur geleden had gezien. “Everything ok?” vraag ik ze. “Yes, we are happy to see someone else here”. We praten kort met elkaar waarna ik ze succes wens en verder ga.
Zo koud als het op de top even was door de wind, zo warm heb ik het nu. Ik stop, trek wat kledinglagen uit en prop ze in mijn rugzak. Tot mijn ontstelling zie ik dat mijn rugzak aan de onderkant helemaal doorweekt is. Wat is daar gebeurd? Zweet? Dan zie ik het issue: één van de soft flasks met drinkmix ligt onderin en heeft flink gelekt. Die moet tijdens het gedoe met het touw op de pijler door alle commotie daar beland zijn. Touw nat, alles plakt. Balen! Dat wordt een flinke schoonmaakklus als we thuis zijn.
Nergens neem ik de moeite om te zekeren. Dit bespaart veel tijd. Het houvast aan de pinnen en kabels is ruim voldoende. Mijn gedachten dwalen steeds vaker af. Oei! Mijn hart slaat een slag over als ik ineens een donkere afgrond voor mij zie. Ik ben er bijna rechtdoor ingelopen. Wakker blijven!
Eindelijk bereik ik weer de voet van de wand. Dan daal ik af naar de rivier en volg deze weer terug richting de hutten in de vallei. Na 3 uur en 40 minuten afdalen sta ik weer bij de auto. Totaal elf en een half uur onderweg geweest.
Tevreden laat ik me in de autostoel zakken. Het is gelukt. Nu kunnen we echt naar huis.
Bekijk op Strava
