Deel 1 – Proloog
Volgens mij zit ik hier goed. Toch? Ja, dat moet wel. Het terrein links ziet er nog gevaarlijker uit dan de rots waar ik nu op klim. En rechts, hmm, dat ziet er echt heel steil uit. Geen grepen voor de handen, ook niks voor de voeten om op te staan. Net kwam ik ook nog langs een oude rotshaak. Ja, ik zit echt wel goed. Precies op de route. Gewoon verder klimmen.
Of wacht eens, die laatste rotshaak is al best een tijdje geleden. En eigenlijk sta ik hier in behoorlijk gevaarlijk terrein. Het wordt steeds steiler en ik kan niet precies zien hoe de route verder loopt. Het lijkt vanaf hier niet zo ver meer tot een volgend plateau, maar dat dacht ik 5 minuten geleden ook al. Dit is geen terrein om fouten in te maken. Bovendien ben ik hier voor het eerst en helemaal alleen. Eigenlijk heb ik echt geen flauw idee of ik goed zit. Shit!
Nog een keer check ik mijn horloge, maar ik weet heel goed dat deze mij op dit deel van de route niet helpt. Door de steile wand waarin ik mij bevind, heeft hij last van gps-drift: terwijl ik stilsta zie ik mijn huidige positie op de kaart van links naar rechts verschuiven. Dan pak ik weer mijn telefoon en bekijk de foto’s en de topo. Ook probeer ik me de verhalen van anderen te herinneren die ik als voorbereiding heb gelezen: “Door de Slovenska grapa omhoog, dan iets naar rechts afbuigen, richting de uitgang van de wand”. Klinkt makkelijk.
WOW! Wat is dit eigenlijk ontzettend cool! Ik kijk om me heen en besef hoe waanzinnig mooi deze omgeving is. Ruig, onherbergzaam, gevaarlijk. Er is helemaal niemand, behalve ik. Er is geen routemarkering. Er is geen pad. Ik speur naar wolken, maar die zijn er nauwelijks. Het is een fantastische dag! Ik heb ineens zin om te schreeuwen! HAAAAH YES! Genieten! Snel neem ik nog wat slokken van mijn drinkmix en terwijl het suikerwater door de aderen heen gutst, besluit ik dat het nu eigenlijk heel simpel is: omhoog. Ik moet gewoon omhoog.

Deel 2 – Doelen
Voorzichtig klim ik verder en probeer de natte passages zoveel mogelijk te vermijden. Toen ik de donderdag ervoor met mijn vrouw en twee zoontjes aankwam in Slovenië, kwam de regen met bakken uit de lucht. Ook vrijdag was het nog nat. Pas zaterdag werd het droog, maar ik besloot de rots nog twee dagen te geven om verder te drogen. Nu ik me hier op maandag in De Wand bevind, ben ik blij dat ik gewacht heb. Het is over het algemeen goed droog, op enkele stukken her en der na.
Ik was na 4,5 uur slaap die nacht om 03:15 opgestaan. Verzamelde mijn spullen en vertrok iets voor 4 uur. Toen ik in de auto zat, besefte ik dat ik 1 van de 2 vereiste onderdelen voor het succes van dit avontuur al afgevinkt had. Namelijk: het vakantiehuis verlaten zonder de kinderen wakker te maken. Want als mijn 4-jarige zoontje wakker zou worden, dan zou die waarschijnlijk zijn broertje en mijn vrouw wakker maken en wakker houden. Die combinatie van slaapgebrek zou er vervolgens hoogstpersoonlijk voor zorgen dat ik bij terugkomst spijt zou hebben dat ik überhaupt weggegaan was. Of ik zou spijt hebben dat ik teruggekomen was. Alhoewel dat laatste eigenlijk mijn 2e vereiste voor succes is: zonder al te veel fysieke schade daadwerkelijk terugkomen.

Hoe dan ook, ik was blij dat ik in de auto zat. We waren naar Slovenië gegaan voor vakantie, maar ik zou eind deze week ook de Julian Alps Trail gaan doen. Dat betekende 54 km hardlopen door de bergen van Slovenië, een totaal van minstens 2.700 hoogtemeters. Een half jaar lang had ik getraind voor deze trail. Ik verbrak pr’s en liep tijdens mijn Hell-week 132 km in één week hard. Dagelijks deed ik krachttraining voor de hoogtemeters, vooral voor de afdalingen. In mijn dromen werd ik de quadfather en vloog ik moeiteloos de berg af. Kortom, ik was fysiek en mentaal in mijn beste vorm ooit. De beklimming van de Triglav, de hoogste berg van Slovenië, was onderdeel van mijn plan om te acclimatiseren. Deze solotocht via de Sloveense route zou conditioneel in ieder geval geen probleem moeten zijn.
Deel 3 – De route
In het pikdonker reed ik vanuit Kranjska Gora naar de start van de route in de Vrata-vallei. Onderweg moest ik nog flink op mijn reflexen vertrouwen om een enorm doodgereden beest op de weg te ontwijken. Met een ruk aan het stuur zwaaide ik eromheen. De ingewanden lagen overal dus ik kon niet goed zien wat voor dier het was. Verderop vertelden de digitale borden mij dat er nog 98 vrije parkeerplaatsen waren in de vallei. Ruim voldoende, maar ik verbaasde me erover dat er op een maandagmorgen dus blijkbaar al bijna 100 auto’s aanwezig waren, gezien de totale beschikbaarheid van 195 plaatsen. Zou het druk zijn rond de Triglav?

Nadat ik geparkeerd had en onderweg ging, nam ik mij nogmaals voor om rustig aan te beginnen. Het was inmiddels 04:28. Vanaf 06:10 zou het beginnen met schemeren, de zon zou om 06:41 helemaal op zijn. Omdat de aanloop naar de start van de Sloveense route volgens de topo 1,5 uur is, zou dit ideaal zijn. Hopelijk waren er dan nog geen andere klimmers voor mij gestart. Dat zou de kans op rotsval verkleinen. Voor mij althans. En ik begon liever wel met daglicht aan het serieuze deel van de route.

Het eerste stuk van de aanloop liep ik langs de rivier. Die stak ik na zo’n 40 minuten schuin naar links over en vervolgde mijn weg met behulp van de gpx op mijn horloge. Ik volgde paadjes omhoog en al snel veranderde het terrein in een steil couloir (een geul) waar enorme rotsblokken in lagen. Ruim groter dan auto’s. Mijn gevoel zei dat dit niet klopte. Ik was pas 50 minuten onderweg. Zo snel had ik niet gelopen dus dit kon eigenlijk niet de start van de route zijn. En dit was zeker geen pad meer maar echt klauteren. Bij nadere inspectie bleek mijn horloge de kaarten te ver uitgezoomd te tonen waardoor ik dacht op de route te zitten, maar er dus naast zat. Ik had net voor de vakantie een ander exemplaar van de Garmin Fenix 8 gekregen, een garantiegeval voor kapotte knoppen. Blijkbaar had ik de zoom nog niet goed staan. Ik kon de officiële aanlooproute daarna snel weer oppakken maar deze actie zou model gaan staan voor de rest van de dag. Zoeken, kijken, naar links, naar rechts, omhoog, omlaag, toch weer terug, nog meer zoeken.
Na een uur en 35 minuten kwam ik bij de instap van de route aan. Ondanks de verkeerde afslag eerder toch nog een soort van op tijd. Toen ik mijn hoofdlampje even uitklikte bleek ik al meer te kunnen zien dan gedacht. Heel voorzichtig begon het iets lichter te worden. De noordwand van de Triglav werd langzaam zichtbaar en verrees als een reusachtige muur van rots. Eén kilometer hoog en 4 kilometer breed. Indrukwekkend! Vol energie begon ik aan de daadwerkelijke route: de Slovenska smer. Oftewel: de Sloveense route. Een klassieke alpiene route met vele variaties. Dat betekent vrij vertaald: je bent in de bergen, er zijn vage route-ideeën, kijk maar wat je aandurft. Geen pad. Geen markering. Geen zekering. Geen verzorgingsposten met cola, chips en massages onderweg. Alleen maar rots en die lonkende top.


Maar ik was nog niet gestart of ik twijfelde weer: was dit nu echt de bedoeling? Het eerste deel wilde ik “via de lariksen” klimmen, zoals de topo zei. Maar ik bevond me al in no time boven een afgrond, op kleine richeltjes, door kleine struikjes worstelend. Bedoelde de topo dit met lariksen? Struiken? Zijn dat geen bomen dan? Dit kan toch helemaal niet? Wat voor een klimniveau zou dit zijn? Dat is voor alpien terrein altijd een onmogelijke vraag omdat het enorm afhankelijk is van twee dingen: 1) de bèta, oftewel het precieze routeverloop (een meter naar links of rechts kan een enorm verschil maken), en 2) de condities (nat, modder, sneeuw). Bovendien speelt naast deze objectieve factoren ook je gevoel mee. Klim je een makkelijke route boven een afgrond, dan voelt dat toch ineens erg moeilijk. “Maar nee”, bedacht ik, “de topo zei routewaardering I/II voor dit deel dus dat mag onder deze omstandigheden absoluut niet zo moeilijk aanvoelen”. En ik ben niet de enige die deze route ooit heeft gedaan, zou er zoveel gras en struiken hier moeten groeien? Weer luisterde ik naar mijn gevoel en ging terug.


Maar hoe ik ook zocht, ik kon nergens een duidelijk routeverloop vinden. En om me nou continu vast te klimmen, dat leek me ook niet wat. Dus zoeken, zoeken, zoeken. Zonder mijn drone zou het mij niet gelukt zijn om de route te vinden. De perspectiefwissel is geweldig. Dichtbij, iets verder weg. Omhoog, omlaag. Een passage kan er totaal anders uitzien vanaf beneden dan vanaf 10 meter hoger bekeken. Na een flinke tijd vliegen en uitgebreid mijn topo ernaast gelegd te hebben kon ik eindelijk op pad. Omhoog. Yes! Dat voelde goed. En inderdaad, eenmaal op de juiste route was het klimniveau heel goed te doen.



In de daaropvolgende uren herhaalde dit patroon zich. Zoeken. Klimmen. Zoeken. Nog 2 keer gebruikte ik mijn drone om weer hogerop het routeverloop te bestuderen. Eenmaal de drone weer in de lucht zag ik bijvoorbeeld direct een onmisbaar herkenningspunt: de Bele plati, oftewel de witte platen. Vergeleken met het grillige karakter van de rotsen in de buurt, is dit een uitzonderlijk vlak stuk rots. Om 09:50 voelde ik flinke blaren opkomen. Normaal zou ik hier niet voor gestopt zijn, maar met het hardloop-event in het achterhoofd besloot ik even de tijd hiervoor te nemen. Ik trok mijn schoenen uit en zag dat mijn sokken totaal doorweekt waren. Oei, te warme schoenen aan. Ik maakte een waar kunstwerk van sporttape om beide hakken heen, trok mijn schoenen weer aan en vervolgde mijn weg.












Deel 4 – Engeltjes
Bonk bonk. Weer klop ik even op de rots die ik beetpak. Nee, dit klinkt niet goed. Even op zoek naar wat anders. Dit gebergte lijkt soms één grote appelkruimeltaart te zijn. Veel van wat je aanraakt schuift, beweegt of breekt. De Slovenska grapa ligt inmiddels al onder me. Ik pak een ander randje beet, prima. En nu de voeten verplaatsen. Ik verplaats mijn gewicht naar mijn linkerbeen en wil mijn rechtervoet optillen om deze hoger te zetten. KRAK! Het treetje onder mijn linkerschoen breekt af! Hou ik mijn balans? Check. Ok, niks aan de hand, verder weer.
Een paar passen verder wordt het terrein steiler. Goede grepen zijn er steeds minder. Ik verplaats volgens het boekje: 3 punten contact, op ieder moment maar 1 van de 4 ledematen verplaatsen. Rechterhand. Linkerhand. Voet. Nog een voet. Altijd in controle. Dit is niet het moment om je dyno’s te oefenen en van rots naar rots te springen als een berggeit.
Nu kom ik op een deel waar er maar één plek is voor de vingers, op een plaat. Zit die nou los? Laat maar! Ik zoek wel iets anders. Kak! Er is echt niets anders. Voorzichtig belast ik de plaat en let erop dat ik er niet aan trek maar deze met de zwaartekracht naar beneden belast. En dan schuift ineens de hele plaat met een groot stuk rots zo naar beneden! Ik had nauwelijks kracht gezet, dat hele stuk had bijna niks nodig om los te komen. Ik kan net op tijd een been wegdraaien om te voorkomen dat mijn voet verbrijzeld wordt. De rots glijdt en stuitert onder mij tegen de wand kapot. Ik ben blij dat er geen klimmers onder mij zijn.
Ik kijk om me heen wat mijn opties zijn. Zit ik hier echt goed? Ik ga wel iets meer naar links, dat lijkt er beter uit te zien. Eerst neem ik een gelletje en laat mijn hartslag wat zakken. Geen adrenaline hier, alleen focus en controle. Als ik verder klim bestaat er even helemaal niets meer behalve mijn handen en voeten op de rots. Totale concentratie op de volgende beweging. Een zeldzame toestand waarin ik niet meer weet of ik het warm of koud heb, hoe laat het is, hoe het met vrouw en kinderen zal zijn. Er is helemaal niets anders dan het hier en nu. Hyperfocus. Heerlijk!
Valt dit nog wel onder het makkelijke klimniveau dat deze route zou moeten zijn? Eigenlijk ben ik toch wel heel technisch aan het klimmen. Maakt niet uit, houd ik mezelf voor. Het ligt binnen mijn mogelijkheden. Dit is waarom je hier bent, toch? Klimmen! Mijn rechterhand strekt zich uit naar een greepje. Deze is scherp en snijdt in mijn vingertoppen. Geen probleem, het geeft goede grip. Ik verplaats mijn voeten en trek hard aan de rots om omhoog te gaan. Dan breekt het greepje met een korte knal af! In een reflex vecht ik voor mijn balans. Mijn rugzak trekt mij in een draai naar achteren. Mijn linkerschoen schraapt tegen de rotsen en met mijn linkerhand trek ik mij zo dicht mogelijk naar de wand toe. Dat scheelde niet veel!
Mijn hartslag jaagt omhoog. Ik sta hier niet lekker, ik kan niet ontspannen. Maar waar kan ik heen? Omhoog niet. Links? Nee. Rechts ook niet. Terug naar beneden klimmen dan maar. Ineens besef ik dat dit tricky wordt. Omhoog klimmen is één ding, naar beneden is twee. Er zit niets anders op. Ik doe een schietgebedje, misschien helpt het. Ik kan alle hulp nu even gebruiken. Wat ben ik hier in vredesnaam aan het doen? Ik ben bang maar ik haat zwakte. Kom op! Focus! Voorzichtig en in opperste concentratie klim ik een meter of 10 naar beneden. Voor mijn gevoel duurt dit een eeuwigheid. Daar kan ik beter staan en kom ik weer wat tot rust. Dan lach ik in mezelf: wat is dit gestoord zeg! Wat een avontuur!
Een blik op mijn telefoon zegt me dat ik nog steeds geen bereik heb en dat het inmiddels veel later is dan de bedoeling was. Ik had eigenlijk al op de top van Triglav willen staan rond lunchtijd. Dat de top van de Triglav hem niet meer wordt vandaag, daar had ik uren geleden al vrede mee gesloten. Te veel tijd verloren door het zoeken naar de route. Maar de Sloveense route uitklimmen en via de makkelijke Prag-route afdalen had ik eigenlijk nog wel voor mogelijk gehouden. Maar nu? Wat zijn de opties? Ik denk dat het niet verantwoord is om solo in dit type rots nog verder omhoog te gaan. Misschien heb ik al mijn geluk wel opgebruikt voor vandaag: de rotskwaliteit is de hele dag al sterk wisselend en nu is de rots 3 keer in 5 minuten tijd losgebroken. Fortune favours the bold zeggen ze maar de grens met waanzin komt wel dichtbij zo.
Afdalen dus. Dat is de enige optie. Maar het is geen geweldige optie. Ik kijk naar beneden en verbaas me dat ik in dit terrein naar boven ben gekomen. Leip! Het afdalen gaat zoveel moeilijker worden dan omhoog. En waar moet ik heen? Ik heb eerlijk gezegd ook geen flauw idee waar ik precies vandaan kom. Door het vele route zoeken ben ik voor mijn gevoel op elke richel en passage die ik kan zien wel even geweest. Maar wat nu de juiste route terug is? Mijn drone is leeg, daar heb ik niks aan. Mijn telefoon heeft geen bereik. Ik baal nu flink dat ik niet eens mijn vrouw kan laten weten dat het later wordt dan gepland en dat ik ok ben. De gedachte dat ik de afdaling niet voor elkaar krijg en ongepland hier een nacht moet spenderen gaat door mijn hoofd. Dat overleef ik wel, maar ik wil niet dat het thuisfront ongerust wordt of de politie belt. Opgepikt worden door een helikopter is best cool maar gaat 100% tegen mijn eergevoel in. Naar goed voorbeeld van berglegende Gerhard Wegmaier zou ik liever kruipend de berg af gaan. En bovendien heb ik niet eens gebroken benen!
Deel 5 – Van de berg af
Als ik die rotshaken nou weer zou kunnen vinden, misschien kan ik dan abseilen. Waar zijn die dingen!? Ik kijk naar beneden, speurend naar de route, naar pitons, naar herkenningspunten. Waarom is dit zo vervelend? Op de route omhoog had ik een aantal rotshaken en stukjes touw gezien, misschien zou ik die kunnen gebruiken. Waren die te vertrouwen? Zou ik tijdens een abseil met touw en al van de berg af storten? Geen idee. Maar het idee om de hele route te down-climben, daar word ik ook niet enthousiast van.
JA! Daar! Ik zie er één! Eindelijk een rotshaak. Wat een geweldig mooie rotshaak. Beetje roestig maar maakt niet uit. Dat geeft karakter. Deze heeft vast een hoop andere klimmers een goede dienst bewezen. En in het verleden behaalde resultaten, nou die geven op z’n minst hoop op goede resultaten in de toekomst. Ik haal mijn 40 meter touw uit mijn rugzak en bind in. Hmm, de rotshaak lijkt een beetje te bewegen. Ik ga langzaam in de zekering hangen en doe een minisprongetje. De haak blijft zitten. Mooi! Gas erop.



De opluchting is enorm. In 1 touwlengte kan ik 20 meter afdalen en daarbij mentaal bijna uitstaan. Zodra je je overgeeft aan de haak waarop je afdaalt is het alleen nog een kwestie van laten zakken. Dat is beter dan volle focus bij iedere stap naar beneden moeten klimmen. De enige uitdaging die overblijft is telkens het volgende abseilpunt vinden. Op zoek naar de volgende rotshaak, prusik, touw of rots waaraan ik kan abseilen. Zo beweeg ik langzaam maar zeker naar beneden. Het touw komt een paar keer vast te zitten, maar ik krijg het telkens weer met enige moeite los.


Pfieieiew, smak! Het touw klapt weer naast mij neer. Ik sta een beetje in elkaar gedoken om het touw niet in mijn gezicht te laten komen. Maar wat hoor ik? Ik kijk op omdat ik het geluid niet helemaal kan plaatsen. BAM! Ik voel een snoeiharde vuistslag in mijn gezicht en weet direct wat dat was. Door mijn laatste ruk aan het touw heb ik wat rotsen losgetrokken die vervolgens fluitend naar beneden kwamen. En één daarvan kreeg ik dus vol op mijn kaak. Ik voel voorzichtig, geen bloed, voelt niet gek. De tanden en kiezen zitten er nog in. Mooi. Dat moet een klein steentje geweest zijn.
Zo verstrijken de uren. De zon bereikt aan het eind van de middag zelfs de wand en ik begin langzaam het routeverloop steeds beter in te schatten. En eindelijk bereik ik na een laatste abseil het startpunt van de Sloveense route. Daar valt mijn horloge uit maar begint mijn telefoon gelukkig weer bereik te krijgen. Nu alleen nog terug naar de auto lopen en een half uur rijden. Wat een dag! Ik voel opluchting en wil nu zo snel mogelijk naar huis. Eten. Douchen. Blij dat ik iedereen weer kan zien. Mijn kinderen, mijn vrouw, vrienden.
Ik log het laatste deel van de terugtocht naar de auto met mijn telefoon. Langs de rivier kom ik de eerste mensen van vandaag tegen. Eenmaal bij de auto zie ik een banaan en een fles water op de bijrijdersstoel liggen. O ja! Die had ik ’s morgens achtergelaten, wat een briljant idee was dat. Hier geniet ik enorm van terwijl ik iets te hard over de bergweg naar beneden scheur. Om 20:00 ’s avonds ben ik weer terug in het vakantiehuisje, 16 uur nadat ik vertrok. Ook onderdeel 2 afgevinkt: heelhuids thuis.
Voordat ik ’s avonds ga slapen klap ik de laptop nog even open. Het knaagt. Ik was zo ver gekomen op de route, alleen dat laatste stuk nog. Ik zat op het einde verkeerd maar waar loopt de route dan precies? De laptop gaat weer dicht en met die vraag in mijn hoofd val ik in slaap.



Deel 6 – Epiloog
Negen dagen later, op woensdag 23 september 2026, doe ik een tweede poging om de Triglav via de Sloveense route te beklimmen.
